“…in de circulaire economie spreken we elkaar aan!”

Vorig jaar heb ik onze sector opgeroepen om veel meer te gaan samenwerken, zodat we sneller de circulaire economie tot stand brengen. Ik sprak mijn concullega’s aan op het gegeven dat we een cruciale positie hebben om afval en grondstoffen terug te winnen, en daarmee natuurlijke grond- en hulpstoffen beter te beschermen.

Deze oproep was ongewoon, en voor velen verrassend. Want samenwerken deden we eigenlijk heel weinig. We beconcurreerden elkaar fel terwijl we bovendien in de verschillende afval- en grondstoffenketens langs elkaar heen werkten. Als metafoor gebruikte ik het gegeven dat we nog steeds met het grootste gemak – ieder met eigen wagens – dagelijks hetzelfde bedrijventerrein oprijden. Hoe slim of duurzaam is dat? Niet dus.

Ondanks dat ik in mijn oproep stelde dat samenwerken niet per se met SUEZ hoefde te zijn, sloot ik wel af met de woorden: “Ik ben maar één belletje bij u vandaan”, En dat heb ik geweten. In het voorbije jaar ben ik door grote en kleine partijen benaderd voor nieuwe partnerships. Ik ben daar natuurlijk blij mee, want daar komen nieuwe kringlopen uit, en dus ook nieuwe business.

Dialoog direct en open

In die gesprekken met partners kreeg ik op mijn beurt nogal eens de spiegel voorgehouden. Daarbij werden we aangesproken op ons marktgedrag in voorbije jaren; gedrag dat – in alle eerlijkheid – vooral ook werd gemotiveerd door winstmaximalisatie en streven naar marktaandeel. Onze gesprekspartners vinden kennelijk nu dat wij bij SUEZ die fase voorbij zijn; ze durven ons direct en onverbloemd te bevragen over onze motivatie en ons handelen.

Deze openheid en durf is ook ontstaan in de dialoog die we in de afgelopen twee jaar gestructureerd ontwikkelden met onze stakeholders: ketenpartners, overheden, leveranciers, klanten en medewerkers. Deze dialoog dient als input voor onze strategieontwikkeling en het creëren van strategische partnerships.
Niet in het minst hebben we deze stakeholderdialoog ingericht om dit jaarverslag steeds beter af te stemmen op de informatiebehoefte van onze stakeholders, dit in lijn met het toepassen van de richtlijn G4 van het Global Reporting Initiative. Zo maken we ook via dit jaarverslag transparant dat we aan te spreken zijn op onze ambities, prestaties en gedrag. Het is onze ambitie om dit jaarverslag telkens te verbeteren, onder meer door meer kwalitatieve als kwantitatieve informatie aan te bieden over de materiële kringlopen.

Via dialoog willen we ook routines doorbreken, zoals de routines die sommige aanbestedingen kenmerken. Zo besloten we in 2015 niet in te schrijven op tenders van de rijksoverheid die feitelijk alleen konden worden gewonnen op prijs. In plaats van stoïcijns mee te blijven doen, zijn we het gesprek aangegaan over de ambities die uitgaan van deze opdrachten. Wat ons betreft, zou juist de rijksoverheid het goede voorbeeld moeten geven, zoals er verschillende lagere overheden zijn die wel hun verantwoordelijkheid nemen.
Bovendien verwachten we van de landelijke overheid dat ze meer doet om de circulaire economie te stimuleren, vooral nu er geen economische druk uitgaat van de wereldwijde grondstoffenmarkt met de huidige lage prijzen. Wanneer deze overheid meer en sneller zou meedenken en –werken, kunnen wij als onderneming én als branche sneller fundamentele stappen zetten. Ik doel hierbij bijvoorbeeld op wet- en regelgeving. Denk aan de end-of-waste-criteria en mogelijkheden om producenten te stimuleren secundaire grondstoffen toe te passen. Ook deze samenwerking is nodig voor een duurzamere omgang met grondstoffen.

Waarde toevoegen in deel- en nichemarkten

Essentieel in mijn boodschap sinds vorig jaar is dat SUEZ de totstandkoming van de circulaire economie urgent acht. De inzet die daarvoor nodig is, vraagt om bundeling van kracht en kennis, en dus om samenwerking. En in die samenwerking zijn we niet op zoek naar een meerderheidsaandeel en bijbehorend zeggenschap; we zijn op zoek naar synergie.

Dit sluit volledig aan bij de manier waarop de afval- en grondstoffenmarkt zich in hoog tempo ontwikkelt; steeds meer in de richting van een divers geheel van deel- en nichemarkten. Elke deel- of nichemarkt bestaat uit een keten die omwille van de circulariteit veel energie, expertise en daadkracht zal vragen, meer dan een enkele onderneming zal kunnen opbrengen. Het uitgangspunt daarbij is dat we in deze verschillende ketens gezamenlijk waarde toevoegen, al dan niet in een dominerende, regisserende, ondersteunende of adviserende rol.

Terugkijkend op 2015

In 2015 ontstonden aldus nieuwe partnerships, nieuwe modellen, nieuwe resultaten. Expliciet wil ik hier melding maken van het feit dat we – met de ingebruikname van de kunststoffabriek QCP – de kringloop van kunststofverpakkingen sloten, en dat we in dit jaar onze belofte van 90% sorteerrendement in de installatie in Rotterdam realiseerden.
Prettig is dat we als SUEZ Recycling & Recovery in Nederland voor het eerst sinds geruime tijd weer onze financiële doelen realiseerden. Maar misschien nog wel belangrijker is dat we de transformatie van onze organisatie zien versnellen, richting dienstverlener en grondstoffenleverancier. Steeds minder gaan we uit van het wegzetten van containers, steeds meer leren we te denken over de waarde van de stromen die we verwerken, beheren en willen sturen. Anders gezegd: we zijn volop in ontwikkeling én op de goede weg!

Wieger Droogh
Algemeen Directeur

Delen:
FacebookTwitterLinkedInWhatsApp

Gerelateerde artikelen