Wieger Droogh:

“2017 gaat over kwaliteit, disruptie en kwetsbaar durven zijn”

De grondstoffenrevolutie die wij als eerste benoemden in 2014, is in volle gang. We zien tal van initiatieven en (zelfs) het ontstaan van nieuwe kringlopen. Dat stemt me hoopvol. Maar de revolutie moet krachtiger, ingrijpender en disruptiever. De wereld om ons heen vraagt namelijk meer dan ooit. En belangrijker: de wereld verandert sneller dan ooit.

Het is daarom urgent dat we accelereren in het ontwikkelen van de circulaire economie. Daarvoor moeten we verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen rol en lef tonen om echt te willen veranderen, zowel in businessmodellen als in structuren. En let op: met ‘wij’ bedoel ik niet alleen onze onderneming. Ik bedoel ook onze concullega’s, onze partners, onze klanten, producenten, en niet in het minst: onze overheid.

Samen bewust versnellen

Versnellen is nodig om de circulaire economie te creëren, maar vooral om deze echt te laten werken. Maar dat gebeurt niet als we – met z’n allen – blijven doen wat we deden, als we niet bereid zijn om te verstoren en te ontwrichten, én als we niet bereid zijn om samen te werken. Alleen als we sneller anders gaan denken, en sneller onze bakens durven te verzetten, dan zullen we de uitdagingen in de circulaire economie kunnen aangaan.

Dit besef betekent voor SUEZ dat we ons steeds sneller ontwikkelen van afvalinzamelaar naar grondstoffenleverancier en –producent.  Daarvoor werken we aan een andere ondernemingscultuur waarin het voor onze mensen normaal wordt om verantwoordelijkheid te nemen en ondernemerschap te tonen. Belangrijk is dat we ons succes niet slechts meer afmeten aan onze winst of ons marktaandeel, maar ook aan de waarde die we toevoegen aan de samenleving.

Hetzelfde moet ook gelden voor alle eerdergenoemde partijen om onze onderneming heen. En belangrijk is dat er meer nodig is dan praten en plannen maken. Het gaat er om dat we doen én denken, en dat we stappen nemen die daadwerkelijk veranderingen bewerkstelligen. Die de revolutie versnellen.

In 2016 hebben we een goede respons gekregen op onze inzet. We ervaren dat partners openstaan voor vernieuwingen en verbeteringen. Het is nu zaak om over te gaan tot actie.

In openheid samenwerken

Onderdeel van de SUEZ-cultuur was ook dat te veel zelf wilden doen. In plaats daarvan willen we nu in openheid samenwerken. De houding die daarbij hoort, voelt in de organisatie soms nog onwennig. Omdat het vereist dat we ons kwetsbaarder opstellen, vraagt het ook lef en vertrouwen. Inmiddels ervaren we de meerwaarde van een open houding. We krijgen meer input van derden en daarmee worden we krachtiger en effectiever.

Niet meer alles zelf willen doen, betekent juist dat we ons breed kunnen richten op de afval- en grondstoffenmarkt. Enerzijds excelleren we in een aantal grondstoffenketens, zoals kunststof, gevaarlijk afval, papier, glas en hout, waarin we nadrukkelijk regisseren en operationele verantwoordelijkheid nemen. Anderzijds kiezen we voor een multiniche-strategie waarmee we – soms regisserend of initiërend, soms faciliterend en opererend – steeds meer kleine en grote kringlopen tot stand brengen.

Routines doorbreken, verantwoordelijkheid nemen

Zoals gezegd krijgen we een goede respons op onze ideeën en voorstellen, zelfs als dat betekent dat allerlei partijen zich moeten losmaken uit traditionele, vastgeroeste werkwijzen. Zo maak ik me sterk voor een nieuwe benadering van binnenstedelijke logistiek. Wat mij betreft, is het in dit jaar al mogelijk om met ketenpartners de eerste stappen te zetten naar een efficiëntere, duurzamere inzameling met alleen nog ‘witte’ voertuigen.

Terwijl we als regisseur in grondstoffenketens groeien, groeit ook de bereidheid bij partners om voorbij hun eigen schakel in de keten te kijken. Treffend is de samenwerking in de kunststofketen. Niemand had kunnen voorzien dat in 2016 het volume aan kunststofverpakkingen zo zou toenemen. Helaas steeg ook de vervuilingsgraad wat een extra druk heeft gelegd op onze sorteerinspanningen. Dan is het goed te ervaren dat onze gemeentelijke partners niet enkel het succes van deze gescheiden inzameling vieren. Ze willen ook verantwoordelijkheid nemen voor de problemen die met dit succes gepaard gaan. Dit geeft vertrouwen.

Rendement in de keten

Aan het begin van 2016 was ik positief gestemd over de marktontwikkelingen en onze eigen ontwikkeling. Dat bleek te optimistisch. Het was een zwaar jaar waarin we worstelden met ons rendement. De cijfers tonen gelukkig aan dat het beter gaat. De financiële resultaten bij onze inzamel- en sorteeractiviteiten geven aan dat we door het dal heen zijn, en dat we beter renderen.

In 2016 hadden we veel last van de lage grondstof- en energieprijzen die de afzet van teruggewonnen grondstoffen zeer frustreerden. Er lijken gelukkig veranderingen op komst waardoor er in de markt meer ruimte komt voor secundair materiaal. Echte, grootschalige toepassingen van secundair materiaal, creëren we namelijk niet door met z’n allen duurzaamheid belangrijk te vinden. Voorvechters van duurzaamheid zijn nodig om gewenste veranderingen op gang te brengen, maar uiteindelijk moeten secundaire grondstoffen – net als primaire grondstoffen – betaalbaar zijn. Bovendien moeten ze voldoende kwaliteit bieden.

In 2016 werd duidelijk dat die kwaliteit nog te wensen overlaat. Dat geldt zowel voor de stromen die wij aangeboden krijgen, als voor onze output. Op beide fronten moet de inzet gericht zijn op kwaliteit. Voor ons geldt dat we kritisch moeten blijven op onze eigen operatie, en moeten blijven innoveren.

Circulaire economie vereist kritische afnemers

Daarbij kan onze soort ondernemingen best wat ‘hulp’ gebruiken. Hoe gedreven we ook zijn, we kunnen niet alleen, op onszelf, de circulaire economie vormgeven. We hebben ook de bereidheid van ketenpartners, producenten en overheden nodig. Om mee te denken, te stimuleren, feedback te geven, kritiek te leveren en uit te dagen.

Als ik de hand in eigen boezem steek, dan hebben wij – afvalinzamelaars van oudsher – de neiging om het gerecyclede materiaal, liefst in grote volumes, terug te brengen in de voor ons bekende ketens. Veel en gemakkelijk afzet realiseren, dat was jarenlang het motto. Anno 2017 moeten we op zoek naar hoogwaardigere toepassingen. Dat vereist een omwenteling van onze eigen marktbenadering. Die echter vooral mogelijk wordt door de vraag van producenten. Die laatsten mogen best het gesprek openen, vragen naar onze mogelijkheden, en de door hun gewenste kwaliteit eisen.

Overigens ligt juist hier ook een rol voor de overheid. In plaats van producenten te belasten, met opgelegde verantwoordelijkheid als argumentatie, zou overheden de vraag naar secundaire grondstoffen kunnen helpen organiseren. Om te beginnen, zouden ze bij de eigen inkoop een minimaal gebruik van secundair materiaal kunnen eisen. Want laten we wel wezen: het is toch vreemd als je je zo inspant om afval gescheiden in te zamelen voor hergebruik, maar bij je inkoop niet eist dat er gebruik wordt gemaakt van secundair materiaal?

Natuurlijk kan de circulaire economie ontstaan vanuit het aanbod, maar uiteindelijk is er ook vraag nodig. En juist die vraag kan in de circulaire economie de noodzakelijke versnelling brengen.

Het is een heilloze weg om de circulaire economie uitsluitend te stimuleren vanuit het aanbod. Het moet ook komen vanuit de vraag. Daar ligt een opgave voor de gehele keten. En zeker ook voor de overheid.

Wieger Droogh, algemeen directeur

 

 

 

Delen:
FacebookTwitterLinkedInWhatsApp