SUEZ is uitstekend gepositioneerd voor de meest relevante economie van de toekomst: de circulaire economie. Deze economie gaat uit van een duurzaam streven dat steeds meer wordt herkend en gedeeld. De potentie om hier te excelleren, is groot en we zien in dit geheel de grootste kans(en).

Effectief beheer van kansen en risico’s is essentieel voor het succesvol uitvoeren van onze strategie. In het kader van Enterprise Risk Management inventariseren we voortdurend aspecten en ontwikkelingen die ons succes kunnen beïnvloeden. Hierna schetsen we de risico’s en dilemma’s die ons met name in 2016 bezighielden.

Risico’s

Invloeden Toelichting
Negatieve beeldvorming Rond afval- en grondstoffenmanagement in Nederland is veel gewerkt aan draagvlak onder burgers. Dit was met name gericht op het (gescheiden) aanbieden van restafval door burgers. Negatieve beeldvorming bevordert het behoud van draagvlak niet.

In het najaar van 2016 ontstond een publieke discussie over de effectiviteit van de plastic inzameling via Plastic Heroes. Kritikasters wezen op de tegenvallende financiële opbrengst en dito tegenvallende winst voor het milieu. SUEZ schaarde zich achter de gezamenlijke reactie van de branche-organisaties NVRD en de Vereniging Afvalbedrijven, de Vereniging Nederlandse gemeenten en de stichting Natuur en Milieu. Die wezen onder meer op het feit dat Plastic Heroes een relatief nieuw systeem betreft en nog voortdurend kan worden verbeterd en efficiënter ingericht. Nog afgezien van het succes van deze inzameling (enorme groei van tonnage) is de potentie groot. In de nabije toekomst zal deze stroom hoogwaardig kunnen worden toegepast.

Verlies van klanten Onze positionering in de circulaire economie houdt in dat wij willen leiden op de aspecten kwaliteit en duurzaamheid, en niet op prijs. Soms slagen we er niet in om klanten in deze ontwikkeling mee te nemen en moeten we om financiële redenen afscheid nemen. In 2016 was dat ook het geval met klanten waarmee we een lange relatie onderhielden.

Overigens kiezen we ervoor niet altijd in te schrijven op aanbestedingen waar prijs als het doorslaggevende criterium wordt gehanteerd.

Vergrijzing van ons medewerkersbestand De vergrijzing van ons personeelsbestand vormt een risico voor onze onderneming. Dit enerzijds omdat een deel van onze medewerkers fysiek zwaar werk verricht, en gaandeweg kwetsbaarder wordt. Anderzijds omdat de transformatie van onze onderneming vraagt om mensen met andere competenties, expertises en opleidingen. Meer nieuwe mensen, en vooral jonge professionals/jong talent, zouden ‘andere’ inbreng hebben.
Schaarse arbeidsmarkt Een steeds schaarser wordende arbeidsmarkt vormt een risico. Het is van belang dat we – zeker voor de functie van chauffeur/belader en jong talent – onze organisatie aantrekkelijk blijven neerzetten.
Veiligheid voor milieu en mens In operaties als die van SUEZ draait het om logistiek (transport, op- en overslag) en om industriële processen. Inherent zijn veiligheidsrisico’s, zowel voor eigen medewerkers in de operatie, als voor derden op de openbare weg (verkeersdeelnemers).

Daarnaast schuilt in onze processen een zeker milieurisico. Bij falen en/of bijvoorbeeld brand kunnen schadelijke stoffen vrijkomen.

Reputatieschade In grote lijnen onderscheiden we vijf niveaus van issues waarop we reputatieschade kunnen oplopen: 1) bij of via issues die leven in de samenleving; 2) vanwege gebeurtenissen in de branche; 3) vanwege gebeurtenissen of ontwikkelingen in de groep (merk); 4) door acties/incidenten in de eigen onderneming (bijvoorbeeld vanwege overlast in de omgeving); 5) door handelen of gebeurtenissen van afnemers en andere relaties.

Vanzelfsprekend is onze onderneming, primair vanuit de afdeling Communicatie, alert (onder meer via issuemanagement) en werkt continu aan de reputatie van de onderneming. We bereiden ons voor op ongewenste situaties en proberen die natuurlijk zoveel mogelijk te voorkomen. Bijvoorbeeld aan de hand van onze interne communicatie rond ethiek.

Duurzame inzetbaarheid van medewerkers De aard van het (fysieke) werk van het merendeel van onze medewerkers maakt dat we aandacht hebben voor hun duurzame inzetbaarheid. Dit wordt steeds relevanter gezien de voortgaande vergrijzing van ons personeelsbestand. In de afgelopen jaren investeerden we aanzienlijk om werkomstandigheden te optimaliseren. Ook stimuleerden we gezonder leven en bewegen. Inmiddels heeft de vraag zich opgedrongen hoever een werkgever zich mag mengen in de levensstijl van individuele medewerkers. Een duidelijk antwoord hebben we nog niet weten te formuleren.
Macro-economie en politiek Economische omstandigheden, al dan niet veroorzaakt door politieke keuzes, brengen veelal risico’s met zich mee. Dit gold in 2016 vanwege de lage prijzen voor oorspronkelijke grondstoffen, zoals aardolie en gas. Die zetten de afzet en de prijs voor teruggewonnen grondstoffen onder druk.

De scenario’s van de aanstaande uittreding van Groot-Brittannië uit de Europese Unie (Brexit) bevatten meer risico’s op negatieve effecten voor de afvalbranche, incl. de import van brandbaar afval naar het vasteland, dan dat er kansen te ontwaren zijn. Tegelijkertijd vraagt de ingeslagen weg en de daarbij gedane investeringen om een vervolg waardoor de gevolgen van een Brexit niet solitair mogen worden geïnterpreteerd.

Wet- en regelgeving Afval- en grondstoffenwetgeving wordt voor een belangrijk deel op Europees niveau bepaald. Vanzelfsprekend heeft dat grote invloed op onze onderneming en onze sector.
Afvalstoffenbelasting In 2016 werd ambtelijk (landelijk) voorgesteld om de afvalstoffenbelasting, die begin 2015 werd ingevoerd, uit te breiden (of beter: te verbreden). Vrijstelling voor te importeren buitenlands restafval zou gelijktijdig kunnen verdwijnen. Het voorstel betekent, wat SUEZ betreft, een verzwakking van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Zie ook hier de reactie van de Vereniging Afvalbedrijven.

Dilemma’s

 Draagvlak in publiek of politiek domein

Al sinds 2013 werken SUEZ en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) aan de realisatie van een fabriek voor de productie van biomineralen. Het plan was deze installatie in 2015 in bedrijf te nemen, maar hier zijn we niet in geslaagd. Publieke en politieke weerstand, gevoed door berichtgeving en acties van bezorgde omwonenden, hebben tot vertraging geleid. Om de milieueffecten van de installatie overtuigender in kaart te brengen, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Nog voor de zomer van 2017 wordt er duidelijkheid verwacht (vanuit de gemeente) aangaande het definitief toekennen van de omgevingsvergunning.

Klassiek verdienen, circulair investeren

SUEZ heeft een verantwoordelijkheid ten aanzien van de continuïteit van de onderneming. Tenslotte is onze dienstverlening relevant voor klanten en de samenleving, en zijn we werkgever en opdrachtverlener. Die continuïteit borgen we nu nog via onze activiteiten in de klassieke, lineaire economie. We willen dit businessmodel echter zo snel mogelijk achter ons laten en investeren volop in circulaire activiteiten. Deze realiteit wringt soms en leidt tot intensieve discussies in onze organisatie en soms met externe stakeholders. Over deze transitie informeren we zo goed mogelijk en gaan we de dialoog met stakeholders aan.

Divers tegen het licht

 In 2016 waren er daarnaast meerdere thema’s en projecten die we tegen het licht hielden:

  • Onze joint venture met Koffie Recycling Nederland heeft veel potentie maar ontwikkelt zich onvoldoende snel. We vinden het echter belangrijk zoveel mogelijk circulaire mogelijkheden te laten zien.
  • De toepassing van (B-)hout voor energie-opwekking wordt algemeen beschouwd als duurzaam, maar is niet circulair. Met behulp van nieuwe projecten als GreenBlocks streven we naar hoogwaardigere toepassingen.
  • Van kwantiteit naar kwaliteit; SUEZ wil de stap maken van kwantiteit (grote afvalvolumes) naar kwaliteit (hoogwaardige secundaire grondstoffen) om zo waarde toe te voegen. De praktijk van de markt en wet- en regelgeving lopen hierop achter. De huidige situatie stimuleert geen ‘kwaliteitsgericht denken’.
  • Het project Resolve waarbij een snelle implementatie stuit op een minder snelle besluitvorming bij de overheid.
  • De productie van vaten voor ziekenhuisafval (uit secundair materiaal) waarbij snelle implementatie niet lukt door een minder snelle besluitvorming door de overheid.
  • Product uit bodemassen die niet in de wegenbouw worden toegepast (Drainmix). De kosten hiervan zijn aanzienlijk hoger, maar worden nu niet gedragen door publieke initiatieven of zijn niet door te rekenen in de tarieven.

 

Delen:
FacebookTwitterLinkedInWhatsApp